25 jun. 2025
Meerjaren Perspectief 2025
Voorzitter,
Het meerjarenperspectief is een fijn leesbaar document dat inzicht geeft in wat er op ons afkomt in de komende jaren. Dat is belangrijk en past ook bij de filosofie van een waterschap: een concrete blik op de toekomst, rekening houdend met wat komen gaat. Of dat nu hoger water is door klimaatverandering, voldoende financiële buffers om voorbereid te zijn op de toekomst, of strenge regels voor waterkwaliteit omdat “waterverontreiniging van grond- en oppervlaktewater door nutriënten afkomstig van de landbouw verminderd en voorkomen moet worden”[1].
Voor veel zaken biedt dit meerjarenperspectief inderdaad een goede financieel uitgangspunt. Echter, en we hebben hier al eerder naar gerefereerd, zien we drie manco’s:
Die financiële buffers staan onder druk t.o.v. de risico’s die we lopen en we schuren langs de grenzen van onze afspraken. Op dit punt moeten we kritisch blijven dat we de kosten neerleggen bij de veroorzakers. Dit is iets waar we richting de begroting extra op zullen letten.
Ten tweede hebben we problemen met het financiële tekort voor de KRW investeringen na 2027. Op dit moment zien we een gat in de laatste drie jaren van het perspectief. Dit is een aanzienlijk probleem dat is nog niet verwerkt met stijgende belastingopbrengsten. Hiervoor is in de jaren 2028, 2029 en 2030 op dit moment extra 1,3 miljoen nodig, wat gebaseerd op de gemiddelde investeringen in de afgelopen jaren en waarvan we weten dat die ook na 2027 nodig zullen zijn. Wat heb je aan een Meerjaren Perspectief als er een gat in zit en daarom het volgende amendement:
Daarnaast spreken we onze zorgen uit over, zowel de stijging in het aantal gevangen muskusratten, als de jaarlijkse kostenstijging. Hierdoor trekken we in twijfels of de huidige verbonden partij, waarbij De Stichtse Rijnlanden onze muskusrattenbestrijding regelt, wel bestendig is. Ook vragen we ons af of deze uitbesteden wel voldoet aan de Waterschapswet, waarbij het ons maar niet lukt om schade aan waterstaatswerken door muskusratten te voorkomen, wellicht doordat wij deze taak in 2012 hebben neergelegd bij een externe uitvoeringsorganisatie. Bij uittreding zouden we dan meer grip op de kosten krijgen en ontstaat er een betere inbedding in onze eigen organisatie. Maar hiervoor ontbreekt op dit moment de inzichten om tot een goede afweging te komen
Daarom dienen wij een motie in met als dictum:
Motie Nota gevolgen uittreding verbonden partij Muskusrattenbestrijding
Tot slot, voorzitter, bevindt het waterschap zich in een omslag. Klimaatverandering, verzilting, bodemdaling en onze adviesrol als kennisorganisatie richting andere overheden. Het waterschap is geen organisatie meer die alleen dijken bouwt en water pompt, dat je sober en doelmatig kunt uitvoeren. Dit is duidelijk te zien in het meerjarenperspectief. Water verbindt alle ruimtelijke aspecten in ons gebied, en dat moet vooral goed en bestendig gebeuren. Het perspectief, weerspiegelt dat wij als waterschap voor een boeiende tweede helft van dit decennium staan.
[1] https://berthub.eu/tkconv/document.html?nummer=2025D16553 Brief nr 597 van minister Wiersma van 11 april 2025