Vraag

17 feb. 2026

Muskusratten in het HHNK -gebied

Aanleiding

Deze vragen zijn een verzameling van vragen naar aanleiding van de volgende twee onderdelen:

  • Op 18 november 2015 [1,2] is door het CHI de overeenkomst voor de gemene rekening Muskusrattenbeheer verlengd, inclusief de “strategiewijziging”. Deze gemene rekening is door D&H op 11 juni 2024 voor onbepaalde tijd verlengt.
  • In het Noordhollands Dagblad (NHD) van 15 februari 2026 [3] is een artikel verschenen waarin de krant is meegelopen met een muskusratbestrijder.

Daarnaast wordt in de vragen verwezen naar het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), artikel 11.28, en de ontheffing Wnb -besluit voor het doden van muskusratten [4].


Vragen

  1. Waarom is er voor gekozen in juni 2024 om van een tijdelijke regeling (met incidentele kosten) over te schakelen naar een regeling voor onbepaalde tijd (wat structurele kosten zijn), hoewel beoogd wordt de muskusrat in ons gebied uit te roeien in uiterlijk 2034?
     
  2. Erkent D&H met deze onbepaalde tijd verlenging, dat de huidige 2034-strategie niet realistisch is en een nieuwe strategiewijziging nodig is?
     
  3. In de overeenkomst2 staat in artikel 3, lid 5, dat er minimaal twee rapportages per jaar ter kennisname worden toegestuurd. Waar zijn deze te raadplegen? 
     
  4. In de overeenkomst wordt gesproken over het “zoveel mogelijk beperken van dierenleed bij het vangen”. Verdrinkingsvallen leveren meer dierenleed op, zoals ook te lezen is in het NHD -artikel. Daarnaast veroorzaken klassieke klemmen veel bijvangst (waaronder dode vogels en vissen). Al enige jaren zijn er “slimme vangkooien” [5] beschikbaar. In hoeverre is deze slimme vangkooi de standaard, gelet op Bal -artikel 11.28 (dat aangeeft dat onnodig lijden voorkomen moet worden) en de uitgangspunten in de gemene rekening. In hoeverre is deze slimme vangkooi de standaard? 
     
  5. Hoeveel klassieke vangmethodes worden er in het HHNK-gebied gebruikt in verhouding tot het aantal slimme vangkooien?
     
  6. Al jaren schommelt de (ongewenste) bijvangst (andere dode dieren) tussen de 22% en 32% van het aantal gedode muskusratten. Hoeveel ongewenste bijvangst vindt D&H verantwoord, gelet op de biodiversiteitsdoelen en het uitgangspunt van het beperken van dierenleed?
     
  7. In het NHD-artikel wordt vermeld dat er “eigenlijk twaalf mensen” bij zouden moeten komen. Is de meerjarige kostenraming van HHNK voor muskusratten realistisch met de huidige manier van werken? Zo nee, welke kostenontwikkeling verwacht u?
     
  8. De provincie heeft een ontheffing afgegeven voor het doden van muskusratten door middel van slaan en delven door “ze een klap op hun kanis” te geven. Kan D&H uitleggen in hoeverre dit de gewenste manier van handelen is?
     
  9. Vindt D&H het ook ongepast gedrag om bij een gedode muskusrat op het witte buikje te drukken om een keuteltje naar buiten te werken, zoals beeldend in het NHD -artikel te lezen is?
     
  10. Deelt D&H de opvatting van de Partij voor de Dieren dat de huidige manier van werken niet met respect voor dieren (zowel muskusratten als bijvangst) wordt uitgevoerd?
     
  11. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de tendens is dat er steeds meer muskusratten komen in plaats van minder en dat de strategiewijziging uit 2015 dus niet werkt en er een nieuwe strategie moet komen die meer gericht is op preventie?

     

Aanleiding

Deze vragen zijn een verzameling van vragen naar aanleiding van de volgende twee onderdelen:

  • Op 18 november 2015 [1,2] is door het CHI de overeenkomst voor de gemene rekening Muskusrattenbeheer verlengd, inclusief de “strategiewijziging”. Deze gemene rekening is door D&H op 11 juni 2024 voor onbepaalde tijd verlengt.
  • In het Noordhollands Dagblad (NHD) van 15 februari 2026 [3] is een artikel verschenen waarin de krant is meegelopen met een muskusratbestrijder.

Daarnaast wordt in de vragen verwezen naar het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), artikel 11.28, en de ontheffing Wnb -besluit voor het doden van muskusratten [4].


Vragen

  1. Waarom is er voor gekozen in juni 2024 om van een tijdelijke regeling (met incidentele kosten) over te schakelen naar een regeling voor onbepaalde tijd (wat structurele kosten zijn), hoewel beoogd wordt de muskusrat in ons gebied uit te roeien in uiterlijk 2034?

    Antwoord: Een overeenkomst voor onbepaalde tijd past in het landelijk beleid. In 2019 is door de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen de landelijke strategie vastgesteld om de muskusrat terug te dringen tot aan de landsgrens. Het streven is om dit uiterlijk 2034 te bereiken. Na de overeenkomst steeds voor vier of vijf jaar te hebben verlengd, is er in 2024 voor gekozen om over te gaan naar een overeenkomst voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een jaar. Het is een misvatting dat de muskusrattenbestrijding voorheen incidentele kosten betrof; ook als de muskusrat is teruggedrongen tot aan de landsgrens, blijft een basisbezetting nodig om de druk op het gebied te houden en nieuwe populatiegroei te voorkomen.
     
  2. Erkent D&H met deze onbepaalde tijd verlenging, dat de huidige 2034-strategie niet realistisch is en een nieuwe strategiewijziging nodig is?

    Antwoord: We zijn continu in gesprek met MRB WMNL om de doelstelling te halen en mee te bewegen met de ontwikkelingen in ons gebied. Ons streven is nog steeds om in 2034 de muskusrat tot aan de landsgrens terug te dringen.
     
  3. In de overeenkomst2 staat in artikel 3, lid 5, dat er minimaal twee rapportages per jaar ter kennisname worden toegestuurd. Waar zijn deze te raadplegen? 

    Antwoord: Na de vaststelling van de jaarrapportage en jaarrekening van MRB WMNL in het bestuurlijk overleg in maart, worden deze stukken gedeeld met het CHI.
     
  4. In de overeenkomst wordt gesproken over het “zoveel mogelijk beperken van dierenleed bij het vangen”. Verdrinkingsvallen leveren meer dierenleed op, zoals ook te lezen is in het NHD -artikel. Daarnaast veroorzaken klassieke klemmen veel bijvangst (waaronder dode vogels en vissen). Al enige jaren zijn er “slimme vangkooien” [5] beschikbaar. In hoeverre is deze slimme vangkooi de standaard, gelet op Bal -artikel 11.28 (dat aangeeft dat onnodig lijden voorkomen moet worden) en de uitgangspunten in de gemene rekening. In hoeverre is deze slimme vangkooi de standaard? 

    Antwoord: De “slimme vangkooi” is geen standaard vangmiddel. De technologie van de slimme vangkooien met beeldherkenning is nog relatief nieuw en bevindt zich in de fase van experimenten en eerste uitrol. Het uitrusten van duizenden kooien met camera's, zenders en AI-software is een grote technologische en financiële investering in vergelijking met traditionele kooien.
     
  5. Hoeveel klassieke vangmethodes worden er in het HHNK-gebied gebruikt in verhouding tot het aantal slimme vangkooien?

    Antwoord: 100% klassiek vangmethodes t.o.v. slimme vangkooien.
     
  6. Al jaren schommelt de (ongewenste) bijvangst (andere dode dieren) tussen de 22% en 32% van het aantal gedode muskusratten. Hoeveel ongewenste bijvangst vindt D&H verantwoord, gelet op de biodiversiteitsdoelen en het uitgangspunt van het beperken van dierenleed?

    Antwoord: Vanzelfsprekend betreuren we dat er ongewenste bijvangst is bij het bestrijden van de muskusrat ter voorkoming van schade aan de waterstaatswerken. In principe is elke bijvangst ongewenst. We leggen de prioriteit echter bij waterveiligheid.
     
  7. In het NHD-artikel wordt vermeld dat er “eigenlijk twaalf mensen” bij zouden moeten komen. Is de meerjarige kostenraming van HHNK voor muskusratten realistisch met de huidige manier van werken? Zo nee, welke kostenontwikkeling verwacht u?

    Antwoord: In het MJP-proces zullen eventuele kostenontwikkelingen meegenomen worden. Dit is van veel factoren afhankelijk waardoor er op dit moment geen eenduidig antwoord te geven is op deze vraag.
     
  8. De provincie heeft een ontheffing afgegeven voor het doden van muskusratten door middel van slaan en delven door “ze een klap op hun kanis” te geven. Kan D&H uitleggen in hoeverre dit de gewenste manier van handelen is?

    Antwoord: De vangstmiddelen die MRB West- en Midden-Nederland levert, zijn de enige middelen die gebruikt worden in het gebied van HHNK om de muskusratten te vangen.
     
  9. Vindt D&H het ook ongepast gedrag om bij een gedode muskusrat op het witte buikje te drukken om een keuteltje naar buiten te werken, zoals beeldend in het NHD -artikel te lezen is?

    Antwoord: Het handelen van de muskusratvanger waar u naar verwijst moet worden gezien in de context van de ‘meeloopafspraak’ en het informeren van de journalist.
     
  10. Deelt D&H de opvatting van de Partij voor de Dieren dat de huidige manier van werken niet met respect voor dieren (zowel muskusratten als bijvangst) wordt uitgevoerd?

    Antwoord: Om de waterveiligheid te waarborgen is de wijze waarop de muskusratbestrijdingsorganisatie te werk gaat, waarbij dieren worden gedood, bittere noodzaak.
     
  11. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de tendens is dat er steeds meer muskusratten komen in plaats van minder en dat de strategiewijziging uit 2015 dus niet werkt en er een nieuwe strategie moet komen die meer gericht is op preventie?

    Antwoord: Nee, daar zijn we het niet mee eens. Dat er meer muskusratten komen heeft andere oorzaken dan de strategiewijziging waar u naar verwijst en waartoe in 2019 is besloten. In de Unie Commissie Waterveiligheid van maart is nog eens bevestigd ondanks de vangsttoename in Nederland vast te houden aan de oorspronkelijke doelstelling om het binnenland in 2034 vrij van muskusratten te krijgen. Volgens de experts is dit doel onder een aantal voorwaarden (management/directe aansturing, aantal velduren, innovatie) nog steeds haalbaar.